Het universele van de lach, als spiegel van ons ongemak: In gesprek met Frank Willems
Wie het werk van Frank Willems bekijkt, stapt in een visueel universum waarin in de eerste plaats speelsheid en humor de boventoon voeren. Veel felle neonkleuren en uitnodigende eigenzinnige objecten komen je tegemoet. De vaak vrolijke vormgeving en interactieve elementen, creëren een wereld waarin volwassenen weer even kind mogen zijn. Maar wie langer blijft kijken, kan merken dat Willems op subtiele wijze tegelijk de toeschouwer een spiegel voorhoudt. Achter de humor schuilt een scherpe observator van de menselijke psyche en de waanzin van onze hedendaagse tijd.
De basis voor zijn kunstenaarschap ontstond zo’n veertien jaar geleden tijdens een studie schoen-design in Zweden. De nogal commercieel gerichte opleiding viel wat tegen, maar het vak beeldende kunst bood een welkome nieuwe inspiratiebron en richting. Naast het bekijken van kunst, begon hij zelf te experimenteren en te zoeken naar zijn eigen beeldtaal. Hij raakte onder meer gefascineerd door de kunstenaar Jean-Michel Basquiat. Niet alleen vanwege diens rauwe stijl, maar juist vanwege de maatschappelijke urgentie waarmee Basquiat zich uitsprak tegen ongelijkheid.
Het is een engagement dat ook voor Willems’ van belang is. Net als zijn inspiratiebron hanteert hij veelvuldig het motief van het skelet. Niet als een symbool voor de dood, maar juist als het ultieme bewijs van gelijkheid. Onder onze huid zijn we – mens én dier – immers allemaal opgebouwd uit diezelfde structuur van botten. Willems koestert de diepe wens om met zijn werk álle lagen van de bevolking, jong en oud te bereiken. En streeft daarnaast in hoge mate naar verbinding, naar een verhaal waar iedereen zichzelf in kan herkennen, zonder de ander buiten te hoeven sluiten.
Die onbevangenheid vindt hij ook bij dieren, zo gebruikt hij vaak het motief van de aap in zijn werk, die deels voor herkenbaarheid zorgt, maar ook metaforische kan worden opgevat. Dieren dragen geen maatschappelijke maskers. Ze zijn op de wereld om te doen wat ze doen, maar worden hierin soms beperkt of beïnvloed door menselijk ingrijpen. Door hen als personages te gebruiken, kan hij een maatschappijkritische gedachtegang overbrengen zonder een specifieke groep buiten te sluiten.
Toch is Willems’ werk allesbehalve vrijblijvend vermaak. Zijn ideeën ontstaan organisch uit flarden van alledag: een krantenbericht, een op straat opgevangen gesprek of het opmerkelijke gedrag op sociale media. Onder andere het klakkeloos geloven van informatie die online voorbijkomt en de vervagende grens tussen de echte wereld en AI-gegenereerde beelden houdt hem bezig. Het gebruik van taal in zijn werk biedt een mogelijkheid om hierop te reflecteren. Willems activeert de toeschouwer bijvoorbeeld door woorden door te strepen, wat nieuwsgierigheid opwekt om te ontcijferen wat er nu eigenlijk precies staat. Ook draait hij consequent de letter ‘E’ om, wat uitnodigt om de visuele puzzel op te lossen. Tegelijk is het een terugkerend en daardoor herkenbaar element voor zijn specifieke stijl.
Waar de kunstenaar voorheen voornamelijk in 2D werkte op hergebruikt resthout, zoekt hij nu steeds vaker de interactie op. Zijn installaties bewegen, mogen aangeraakt worden en bevatten vaak een verrassingselement. Zo wordt de gelaagdheid van zijn kunst soms tastbaar door het gebruik van blacklight-effecten. Onder daglicht ziet de toeschouwer een bepaald beeld, maar zodra het UV-licht aangaat, transformeert het werk en licht er in neonkleuren een verborgen, diepere laag op. Het is een treffende metafoor voor de menselijke psyche, waarin eveneens vaak meer schuilgaat dan dat zich toont aan de buitenkant.
Willems schuwt het niet om menselijke kwetsbaarheden, zoals sociaal ongemak of angsten een plek te geven. Terwijl de muziek – een onmisbare omlijsting van zijn creatieve proces – non-stop aanstaat, slaagt hij erin om de zwaarte van het leven te transformeren. Juist door de waanzin van de wereld te vangen in luchtigheid, opent hij een ruimte waarin we weer durven te kijken, te voelen en bovenal: om ook wat om onszelf te lachen.
Interview & tekst: Eline van der Haak
GRID (Stand 29)


