Recensie Den Haag Centraal

Recensie Den Haag Centraal

Germaine Richier in museum Beelden aan Zee

Beestachtig mooie beelden met menselijke trekjes

Aangeboden door: Den Haag Centraal
Auteur: Margreet Hofland

‘Verontrustende figuren’, zo omschrijft Jan Teeuwisse, directeur van museum Beelden aan Zee, de beelden van de Franse kunstenares Germaine Richier (1902-1959). De tentoonstelling ‘Mensbeeld-Mensbeest’ vult de grote zaal van het museum geheel met beelden die half uit mens en half uit dier bestaan. ‘Hybride’ – een kruising van twee soorten – is een woord dat vaak in verband met haar werk wordt genoemd, ook worden de beelden wel getypeerd als ‘bastaarden’. De nachtmerrieachtige wezens trekken aan en stoten af. Hun huid is ruw en aangetast, verminkt. De ledematen zijn spichtig en worden soms als wapens op de toeschouwer gericht.
Richier werd in Frankrijk gezien als een vernieuwer van de beeldhouwkunst, eerder nog dan beeldhouwer Alberto Giacometti (1901-1966) die vergelijkbaar werk maakte. Het naoorlogse werk van Richier laat angst zien, maar is ook vol van leven. De natuur was haar grote inspiratiebron; ze verwerkte takken, stenen en bladeren in haar werk. In haar atelier had ze een grote verzameling schelpen, zeeschuim en stukken hout. Ze ontleedde insecten en vogels en gebruikte stukken daarvan in haar beelden.

‘Le Diabolo’
Germaine Richier kreeg haar opleiding aan de École des Beaux-Arts in Montpellier bij de beeldhouwer Louis-Jacques Guigues, een leerling van Auguste Rodin. In het begin streefde ze nog naar het klassieke schoonheidsideaal zoals ze dat had geleerd op de kunstacademie, maar na de oorlog veranderde dat abrupt en doorbrak ze de traditie van mooie, gladde beelden. In 1947 maakte ze ‘L’Orage’, De Storm, een beeld van een gehavende man in dreigende houding. Zijn huid pulseert en borrelt, alsof hij zojuist uit een moeras is verrezen. De 80-jarige Nardone had ervoor model gestaan, hij poseerde eerder voor het beroemde beeld van Honoré Balzac, gemaakt door Rodin.
In 1948 maakte Richier een vrouwelijke tegenhanger: ‘L’Ouragane’, De Orkaan. Steeds vreemdere wezens volgen: een vrouw met insectenpoten, een sprinkhaan met kromme grijphanden, een levensgrote mier met borsten. Soms worden de beelden door strak gespannen ‘touwen’ in evenwicht gehouden, zoals ‘Le Diabolo’, vernoemd naar een stuk kinderspeelgoed dat razend populair was in die tijd. De draden pasten goed bij haar werkwijze waarbij ze lijnen aanbracht op haar modellen om richtingen en verhoudingen aan te geven.

Vleermuisskelet
Een enorme goudkleurige vleermuis, ‘La Chauve-Souris’ (1946), lijkt zich met gespreide vleugels op de argeloze toeschouwers te storten. Het beeld is gemaakt van stukken touw die in gips gedoopt en over een ijzeren frame gedrapeerd zijn, het geheel is daarna in brons gegoten. Germaine Richier bewaarde een vleermuisskelet in haar atelier om het minutieus te bestuderen. Ze zag de mysterieuze en duistere kant van het wezen, maar had nooit kunnen bedenken dat het nu als de vermoedelijke verspreider van een levensgevaarlijk virus gezien wordt.
Voor ‘La Mante’ (1946), De Bidsprinkhaan, liet ze enkele dode exemplaren per post naar Parijs sturen. Het grote gevleugelde insect leeft in het Middellandse Zeegebied en heet in de volksmond ‘getande tovenares’ vanwege de langzame bewegingen van de voorpoten die de prooi lijken te betoveren. ‘La Mante’ van Richier torent hoog op, het beeld toont een aanzet van borsten. In de natuur eet het wijfje na de paring het mannetje op.
In de tentoonstelling zijn ook tekeningen en etsen opgenomen. Het is goed te zien dat Richier ook daarmee op een fysieke manier bezig is geweest, als een beeldhouwer. Ze kerfde de lijnen als het ware in de etsplaat.

Germaine Richier, ‘Mensbeeld-Mensbeest’ t/m zondag 6 september, alleen met onlineticket. Meer informatie: www.beeldenaanzee.nl

Foto: Emmy Andriesse, Atelier Germaine Richier in 1954.

 

Wilt u meer artikelen van Den Haag Centraal lezen? Klik hier